VG & JH recenseren: Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje

Maandelijks wisselen Van Gisteren en Jonge Historici – platform voor jong historisch talent – recensies uit. Deze maand schreef Godelieve Boselie van Jonge Historici een recensie over het boek Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje van Philip Dröge. 

Recensie: Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje van Philip Dröge  | Door Godelieve Boselie van Jonge Historici

Hoe een fout op de kaart meer dan honderd jaar bleef bestaan
Philip Dröge is onderzoeksjournalist, schrijver, columnist en initiatiefnemer van wetenschappelijk persbureau FAQT. Eerder verscheen van zijn hand al De schaduw van Tambora dat door de pers lovend werd ontvangen. Nu is er het boek Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje.[1] Het zou goed kunnen dat je nog nooit van Moresnet hebt gehoord, of alleen in het kader van dit boek dat tijdens de Boekenweek flink wat publiciteit kreeg. Zelfs Philip Dröge is zich daar terdege van bewust: “Je hoeft je er niet voor te schamen […]. Het is ontzettend klein, ongeveer zo groot als het eiland Marken”.[2]

Credits: Anne van Gelder

Credits: Anne van Gelder

Dröge schreef een wetenschappelijk boek over Moresnet waarin hij het verhaal van het land vertelt van begin tot eind. Hij noemt het niet voor niets een ‘vergeten buurlandje’: voor een land dat van 1816 tot 1919 heeft bestaan en aan Nederland grensde, is er opvallend weinig over gepubliceerd. Philip Dröge gaat daardoor niet in op andere werken, maar zet de geschiedenis van het gebied vooral uiteen aan de hand van historische bronnen als bestuursarchieven, brieven en krantenartikelen. Elk hoofdstuk begint met een soort inzoom-moment waarin hij als alwetende verteller een gebeurtenis beschrijft alsof de lezer erbij aanwezig is en meekijkt over de schouder van steeds een ander historisch figuur. Zo volgen we in een van de eerste hoofdstukken bijvoorbeeld René Pelsser uit Kelmis (de enige stad in Moresnet) die op een dag naar zijn burgemeester gaat om goedkeuring te vragen voor zijn voorgenomen huwelijk met Marie Ahn uit Wittem. Zijn verzoek lijkt simpel, maar is het niet: René is namelijk een ‘Neutraal’ (een inwoner van Neutraal Moresnet), terwijl zijn verloofde een Nederlandse is. Het duurt eindeloos voordat het huwelijk eindelijk wordt goedgekeurd.

‘Het Onverdeelde Gebied van Moresnet’
Dat komt omdat Moresnet niet zomaar een land is. Dröge legt uit hoe het ooit begon als een foutje op het Congres van Wenen, waar met een dik potlood de grenzen werden getrokken. In 1816 werd er vergaderd over de precieze uitwerking van de verdragstekst. Een groot probleem lag vlak onder Vaals: de grens van Nederland en van Pruisen sloot daar niet op elkaar aan en juist in dat ‘vergeten’ gebiedje lag een zeer winstgevende zinkgroeve. Na meer dan zestig keer vergaderen werd er een tijdelijke oplossing gevonden. De grenzen werden kaarsrecht getrokken, om de zinkspaatgroeve heen en recht door heuvels, straten en zelfs woonkamers heen. Het gebied binnen die grenzen werd ‘het Onverdeelde Gebied van Moresnet’ genoemd en werd neutraal, al werd het bestuur wel geregeld vanuit beide buurlanden. Het is daarmee van geen van beide landen – of van allebei, het is maar net hoe je het bekijkt. De winst van de groeve werd gedeeld tussen Pruisen en Nederland. Het was de bedoeling dat er een commissie werd opgericht om het probleem definitief te regelen, maar die commissie zou er uiteindelijk nooit komen.

Gevolgen
De gevolgen van deze ‘tijdelijke’ oplossing waren oneindig gevarieerd en complex. Het gebied werd bestuurd door een benoemde burgemeester. Voor veel zaken moest hij ruggespraak houden met zowel een Pruisische als een Nederlandse commissaris en voor zeer belangrijke zaken zelfs met beide regeringsleiders. Wanneer een Neutraal bijvoorbeeld wilde trouwen met een Nederlandse vrouw, welke nationaliteit zou zij dan krijgen? En hun eventuele kinderen? Welk recht gold eigenlijk in het gebied? Die hele correspondentie tussen burgemeester en commissarissen moest dan ook nog eens in twee verschillende talen én twee verschillende schriften worden gevoerd.

De Neutralen waren in zekere zin ‘stateloos’ en beschikten niet over een paspoort, waardoor zij niet zomaar vrij konden reizen. Maar er waren voor de inwoners ook voordelen: op de meeste zaken werd geen belasting geheven en in het gebied gold ook geen diensplicht. Al snel kwam er daardoor een toestroom van nieuwe inwoners op gang die bijna de hele eeuw zou aanhouden.

Een Europese ´boomtown´
Ook toen België zich afscheidde van Nederland – en Vaals als gevolg daarvan een Vierlandenpunt kreeg – veranderde deze status aparte niet. Het gevolg was dat de stad Kelmis nog het meeste ging lijken op de boomtowns in het Wilde Westen van Amerika. Het werd een soort mini-vrijstaat waarin smokkel, prostitutie en handel in zelfgestookte jenever aan de orde van de dag zijn. Ook wijken buitenlandse criminelen vaak uit naar de streek, waar geen uitleveringsverdragen mee zijn. Van de poging om van Moresnet het ‘Monaco van het Noorden’ te maken met een groots casino, tot de plannen om er de eerste Esperanto-staat[3] van de wereld van te maken: de historie die door Dröge wordt gebracht is ronduit fascinerend. Uiteindelijk komt er een einde aan het neutrale gebied wanneer het tijdens de Vrede van Versailles als genoegdoening voor de geleden oorlogsschade aan België wordt gegeven.

Naamloos2

Ansichtkaart. Op het kaartje bovenin is Moresnet te zien in het wit. Onderin zien we het Vierlandenpunt.

Geschiedenis tot leven gebracht
Behalve dat Philip Dröge met dit onderwerp goud in handen heeft, weet hij er ook een pracht van een boek van te maken. Steeds toont hij mensen die moeten omgaan met de situatie waarin zij terecht komen (zoals René Pelsser en zijn verloofde die aan weerszijden van een ingewikkelde grens komen te wonen) en maakt hij de geschiedenis zo letterlijk menselijk. De vrijheden die hij hierbij neemt zijn mijns inziens beperkt: hij verwoordt gedachten, maar doet dit bijvoorbeeld gebaseerd op een dagboek of brieven waaruit deze gedachten kunnen worden afgeleid. Hiermee blijft hij wetenschappelijk werken, ook wanneer hij gebeurtenissen soms meer literair beschrijft. De literatuurlijst, verantwoording en het bronnenregister zorgen voor genoeg wetenschappelijke ondergrond voor zijn verder luchtig gebrachte verhaal. Het boek is door dit wetenschappelijk gehalte heel anders dan het bijna tegelijk verschenen boekenweekessay Zink van David van Reybroeck, dat ook over Moresnet gaat. Dröge weet een boek te schrijven voor het grote publiek, waarin ook historici met veel plezier zullen lezen. Met meer boeken als het zijne, zou het een kwestie van tijd zijn voor het grote publiek geschiedenis met beide handen aangrijpt. Het feit dat het boek is verschenen in februari 2016 en na slechts twee maanden al toe was aan een zevende druk, onderschrijft deze conclusie.

O en voor wie dacht dat Neutraal Moresnet volstrekt uniek was: Dröge eindigt met een paar pagina’s over andere ‘foutjes’ van de geschiedenis, zoals het eilandje “Koninkrijk Tavolara” bij Sardinië, de ruim 2000 vierkante kilometer van Bir Tawil die tot geen enkele staat behoren en niet te vergeten het – sinds de opheffing van Neutraal Moresnet – enige vierlandenpunt van de wereld, in zuidelijk Afrika.[4]

[1] http://www.philipdroge.nl/

[2] http://nos.nl/artikel/2087398-moresnet-een-vergeten-vrijstaat-bij-het-drielandenpunt.html

[3] Esperanto is een kunsttaal, bedacht door de scholier Ludwik Lejzer Zamenhof om te proberen mensen uit verschillende landen meer met elkaar te laten praten en zo oorlogen te voorkomen. In 1887 publiceert hij een boek over zijn Lingwe Uniwersala (‘Universele Taal’) onder het pseudoniem Dr. Esperanto. De taal heeft rond de eeuwwisseling al duizenden sprekers in (vooral oost-)Europa.

[4] Dröge, Moresnet, 241-243.


 

Van Gisteren recenseert deze maand het boek Een schitterend vergeten leven. De eeuw van Frieda Belinfante van Toni BoumansBekijk de recensie op de website van Jonge Historici.

Honger naar meer? Zie hier het volledige overzicht van recensies.