VG & JH recenseren: ‘Wat er op het spel staat!’

Maandelijks wisselen Van Gisteren en Jonge Historici – platform voor jong historisch talent – recensies uit. In april reflecteerde Agnes Cremers van Van Gisteren op de debatavond ‘Wat er op het spel staat!’ van Historisch Nieuwsblad en Maarten!

Op 21 maart jl. organiseerden Historisch Nieuwsblad en Maarten! een drie uur durend debat ‘Wat er op het spel staat!’. Het concept van het debat was mooi: de wereld staat in brand en laat historici dit maar analyseren. Zij zien immers de grote verbanden en kunnen het historisch besef aanwakkeren. De vluchtelingencrisis, angst voor terreur en spanningen in de EU vroegen volgens de organisatoren om ‘een activistisch debat’. Naast historici zaten er ook journalisten, politici en een socioloog in het panel. Dat het thema actueel was, werd de volgende ochtend duidelijk. Nog geen tien uur na afloop van het debat werd Brussel geteisterd door aanslagen. Het zette de avond, met terugwerkende kracht, in een ander daglicht. Er was een Vlaming in het publiek die zich afvroeg of er in Nederland ook angst was voor terreur. Hij kwam uit de ‘belegerde stad’ en de aanwezigheid van de vele militairen daar vond hij beangstigend. De volgende dag zullen alle aanwezigen aan hem gedacht hebben. Maar of het debat ook echt anders was geweest als het een dag later had plaatsgevonden, valt te betwijfelen. De standpunten van het panel waren goeddeels bekend.

Mannelijke hoofdrolspelers
Dat hoofdrolspeler Maarten van Rossem zou botsen met VVD-coryfee Frits Bolkestein en columnist Martin Sommer stond vast. De vraag was wanneer en hoe, en dan het liefst een beetje grappig – al ging het om bloedserieuze zaken. Martin Sommer beschermde het onderbuikgevoel van de nationalisten. Frits Bolkestein pleitte ongegeneerd voor een Fort Europa dat bootjes vol vluchtelingen terug moet slepen, want tijdens zijn Shell-jaren in Afrika had hij gezien dat het toch allemaal geen nut had. Zoals verwacht verkondigde Meindert Fennema zijn linkse visie met een grote fascinatie voor rechts, waar Van Rossem vervolgens weer overheen walste. De interactie tussen deze vier kopstukken leverde theater op.

De meeste verdieping werd geboden door de wetenschappelijk analyses van hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen Duco Hellema en hoogleraar Sociologie Hein de Haas. Volgens Hellema moet het Westen aanvaarden dat het vormen van de wereld naar eigen evenbeeld onmogelijk is, en dat dit tevens hypocriet is gezien ons eigen inhumane beleid jegens vluchtelingen. De Haas probeerde zijn rechtse opponenten te laten inzien dat migratie iets van alle tijden is, dat het iets natuurlijks is en dus niets waar je op tegen kunt zijn. Hij gaf een eigen twist aan de woorden van Angela Merkel: wir können das schaffen, aber wir wollen das nicht.

Schrijver Geert Mak sprak de zaal toe met mooie beeldspraak: hij zag een boze fee aan Europa’s wiegje, die ze vervloekte met traagheid, techniek en blindheid. Docent Global History en NRC-columnist Zihni Özdill deelde de visie van hoogleraar Internationale Betrekkingen Beatrice de Graaf over de afbreuk van sociale structuren in achterstandswijken. De vraag rees waarom dé terrorisme-expert er zelf niet was. Had De Graaf misschien geen zin in zoveel mannelijke talking heads op een podium? Want verder maakten maar twee vrouwen deel uit aan het panel. Geen historici voor het grotere perspectief, maar politici die voornamelijk input leverde rondom het hedendaagse politieke relaas: PvdA Kamerlid Mei Li Vos (die pas halverwege het debat aanschoof) en het Amsterdamse VVD gemeenteraadslid Dilan Yesilgoz. Even kreeg Lauren Heida van Jonge Historici spreektijd op het balkon van de schouwburg waar zij haar column voordroeg. Het meest verassend was ‘action writer’ en filosofe Lauren van Dolron die drie keer een korte stand-up verzorgde. Zo vulden de vrouwen de randprogrammering. Het Historisch Nieuwsblad houdt klaarblijkelijk van een stereotype debat.

Heden en verleden
Maar wat kunnen we nu leren van onze fouten uit het verleden? De historische lessen waren interessant. Van Rossem wees er op dat het Westen wel moest gaan praten met IS. Want je vijand uitsluiten, dat kan grote consequenties hebben. Neem het Verdrag van Versailles in 1919 waar Duitsland werd uitgesloten. Kijk naar de revolutionaire Bolsjewieken, waar niemand wat mee wilde. Met de kennis van nu weten we: waren de mogendheden destijds maar met ze om de tafel gegaan. IS bestaat dan wel uit moordenaars maar het Westen is niet in de positie om de moraalridder uit te hangen, stelde Van Rossem terecht. Martin Sommer trok lessen uit de jaren dertig van de vorige eeuw waar de middenstand massaal achter Hitler aanliep. De SDP had hier geen oog voor gehad en keek er zelfs op neer, stelde Sommer. Mei Li Vos wist dit vervolgens sarcastisch samen te vatten: uiteindelijk is altijd alles de schuld van de sociaaldemocraten. Ook de jonge historica Lauren Heida blikte in haar column terug op de jaren dertig, maar dan over het vluchtelingenbeleid. Minister van Justitie Carel Goseling beschouwde de joodse vluchtelingen in 1938 als een economische last. Een zeer pijnlijke link naar het heden.

Maar een echt debat voeren met historische vergelijkingen is lastig en al snel komt er willekeur in het spel. Zihni Özdill blikte terug op zes jaar kabinet-Rutte en gaf de premier de schuld van extremisme en radicalisering door de bezuinigingen in achterstandswijken. Van Rossem probeerde dit te nuanceren met de vergelijking van Nederlandse radicaliserende jongeren in de jaren zestig. Dat waren de kinderen van de welgestelde burgers, en volgens Van Rossem het bewijs dat radicalisering voorkomt in alle lagen van de bevolking. Maar de vergelijking tussen een provo met een rookbom op het Spui en een jonge moslim die zich meldt voor de jihad in het Midden-Oosten is niet zo geloofwaardig.

Teach-in
Dat links radicale gedachtegoed van de jaren zestig had deze ‘teach-in’ – een concept uit de jaren zestig waar het publiek ook deelneemt aan het debat – moeten domineren. Maar de schouwburg bloeide niet op tot publieke arena. De setting was er ook niet geschikt voor. Er was geen pauze. Je mocht in- en uitlopen naar de bar, maar dat werkt niet met weinig beenruimte en klapstoelen. En met een entreekaartje van €27,50 wil je eigenlijk liever het panel horen spreken dan je gefrustreerde buurman. Daarnaast was de toon vroeg gezet nadat moderator Raoul Heertje nog maar een paar zinnen uit had gesproken en een man begon te schreeuwen en schelden. De sfeer werd melig maar uiteindelijk ook sneu toen naar Laura van Dolron werd geschreeuwd om te stoppen met haar column, wat ze vervolgens van schrik ook deed. Totaal onterecht want Van Dolron leverde met haar optreden de meest verfrissende en komische bijdrage van de avond omdat zij zich oprecht durfde te verwonderen. In haar tweede optreden herpakte zij zich en concludeerde: het was natuurlijk een zaal vol historici, wat de woede verklaarde. Mensen die veel weten zijn blijkbaar boos.

Politiek
Een ommezwaai in het debat kwam door Mei Li Vos, die vragen stelde alsof we naar een Kamerdebat keken. Zij wakkerde het thema angst aan en de vraag kwam op of die angst en de hang naar het populisme wel serieus genomen werd. Vos stelde zelf dat er over bijna niets anders gedebatteerd werd in de Tweede Kamer. Ook Dilan Yesilgoz benadrukte dat ze het dialoog opzocht. Zo ook tijdens de Pegida-demonstratie waar zij naar eigen zeggen opviel als VVD’er, vluchtelinge en ook nog eens vrouw. De hoofdrolspelers veerden weer op en er vielen grote woorden als ‘Volk’ en ‘Natie’. Het publiek kreeg waar het vermoedelijk voor naar het theater kwam: komische botsingen tussen Van Rossem en Fennema. Het was levensgevaarlijk dat Fennema het woord ‘het volk’ in de mond nam, stelde Van Rossem, wat Fennema moest weten gezien zijn CPN-verleden. Dat Fennema ‘de mensen in Steenbergen’ – verwijzend naar de ophef over het AZC – als ‘het volk’ aanwees, maakte het niet minder komisch.

Het ‘volk’ van Fennema zat blijkbaar niet in het panel van de Stadsschouwburg. Daar zat de elite die het volk analyseerde en angst reduceerde tot iets wat leefde bij ‘de onderklasse’. De avond  begon met grotendeels goed onderbouwde stellingnames maar eindigde in een debat die vroeg naar de bekende weg. Echt activistisch – zoals het programma beloofde – werd het niet, ook omdat voornamelijk het establishment was uitgenodigd. In plaats van een Bolkestein of een Fennema hadden er ook meer vernieuwende – lees: jongere – denkers kunnen zitten die meer openstaan voor debat of simpelweg een inhoudelijk opbouwend gesprek. Soms hoef je het ook niet overal over oneens te zijn. Er werd deze avond in ieder geval één conclusie getrokken die geen panellid tegensprak: De recente militaire interventies door het Westen, op die van Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog na, hebben met name kwaad en chaos veroorzaakt. Helaas werd dit de volgende ochtend in Brussel bevestigd.


Beeld: Poster debatavond ‘Wat er op het spel staat!’